Nieuws

Vermeende uitbuiting van arbeidsmigranten: Feit of fabel?

Full inaxtion vermeende uitbuiting van arbeidsmigranten 604 300 s c1 c t

De media berichtten er uitgebreid over in de afgelopen periode. Lage lonen. Lange werkdagen. Slechte huisvesting. Hoge werkdruk. Zwaar handmatig werk en weinig ruimte voor scholing. En dan het NOS-bericht van enkele dagen terug: fors meer doden in de bouw door spraakverwarring en meer productie. Zomaar termen die genoemd worden in relatie tot flexibele arbeidskrachten uit het buitenland.

POLEN IN DIENST OF VAKMENSEN?

En het staat toch zo duidelijk in de wet: je betaalt een flexkracht zoals je je eigen medewerkers betaalt. In theorie klinkt het prachtig. De praktijk blijkt anders. Want welke functie heeft iemand eigenlijk precies? En welk loon en welke voorwaarden horen daar dan bij? Marc van Ravenstein, oprichter en eigenaar van InAxtion, een toonaangevende uitzendorganisatie van technisch personeel vertelt: ‘De wetgeving is aan verandering onderhevig. De overheid probeert loondumping onder andere tegen te gaan door niet alleen de uitzendbureau’s zelf, maar ook de betrokken opdrachtgever aansprakelijk te stellen wanneer er sprake is van uitbuiting, bijvoorbeeld in de vorm van onderbetaling. Zo worden we wel eens gebeld met de vraag of we buitenlandse mensen in dienst hebben. Daar gaan mijn nekharen van overeind staan. We hebben vakmensen in dienst, zeg ik dan. En daar zitten inderdaad ook mensen van buitenlandse afkomst bij. Je kunt je voorstellen wat een vraag als deze doet met de sfeer van het gesprek.’

GARBISH IN, GARBISH OUT

‘Het is een bekende term. Maar daarom niet minder waar,’ vervolgt Marc, ‘Als je als opdrachtgever of uitzendbureau weinig betalen wil voor goede krachten, dan kies je daarmee direct voor een spanningsveld. Noem het contradictio in terminis, zo je wilt. Iedereen weet dat kwaliteit een prijskaartje heeft. Gelukkig merken we dat de opdrachtgevers waar we jarenlange relaties mee hebben, dit meestal ook op die manier zien. Het lijkt erop dat iedereen langzaamaan wakker wordt. Het is ook geen gemakkelijke markt vandaag de dag. De tijdsdruk is enorm, de marges staan onder druk en de verwachtingen zijn hoog over en weer. Blijven communiceren en handelen vanuit vertrouwen en gezond zakelijk instinct zijn wat mij betreft de stabiele basiswaarden voor een gezond verdienmodel waar alle partijen beter van worden. Ook de betrokken flexkrachten uit het buitenland.’

AFDWINGEN WERKT NIET

‘Persoonlijk geloof ik niet in de kracht van wetgeving om de situatie van arbeidsmigranten te verbeteren. Het is een middel. Inderdaad. Maar wel een middel waar volop creatief mee omgegaan kan worden door de partijen die niet oprecht begaan zijn met het wel en wee van hun mensen’, zegt de directeur. ‘Het is bijna als bij een kind: wanneer je iets afdwingt zal het luisteren. Omdat het moet. Niet omdat het intrinsiek gemotiveerd is. En als je dan even de andere kant opkijkt… Precies. Leeg is die snoeptrommel. Hoe het dan wel moet? Zoals gezegd, het is van belang om open met elkaar in gesprek te blijven gaan. Onze stelling is dat je door het betalen van onder meer goed loon en het bieden passende arbeidsvoorwaarden ook goede medewerkers krijgt. En die verdienen zichzelf vele malen terug. Ook voor de opdrachtgever. Dat horen we overigens dagelijks terug uit de markt: men is op zoek naar betrouwbare krachten, die weliswaar iets meer kosten, maar vanuit kwaliteit en vakmanschap een project goed ten einde brengen. Wat mij betreft is dat een win-win situatie pur sang.’

KIJK IN DE SPIEGEL

‘Tsja, en of de uitbuiting van arbeidsmigranten een feit of een fabel is? Daar is geen eenduidig antwoord op te geven. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen, los van zijn of haar rol, doelstellingen of beschikbare budgetten binnen een organisatie, oprecht moet kijken naar de menselijke maat. En belangrijker nog: naar wat je zélf als mens redelijk en normaal vindt. Dat vraagt om lef. En om je eigen richting kiezen, ook als dat dwars tegen de stroming in lijkt. Alleen dan worden de omstandigheden écht anders en groeien we als branche met elkaar naar een gezonde toekomst toe’, besluit Marc.

Back